Degradatie van zonnepanelen: wat is normaal?

Zonnepanelen gaan lang mee, maar ze verliezen geleidelijk vermogen. Dat is een normaal fysisch proces. De vraag is niet of uw panelen degraderen, maar hoe snel. En vooral: wanneer wijst de snelheid van degradatie op een probleem?

Wat is degradatie?

Degradatie is het geleidelijke vermogensverlies van een zonnepaneel over de tijd. Een paneel dat bij installatie 400 Wp levert, produceert na tien jaar iets minder, en na twintig jaar weer iets minder. Dit komt door microscopische veranderingen in de siliciumcellen, verkleuring van het inkapselingsmateriaal (EVA) en geleidelijke achteruitgang van elektrische verbindingen.

Hoeveel degradatie is normaal?

Voor moderne mono- en polykristallijne panelen ligt de typische degradatie tussen 0,5 en 0,7 procent per jaar. Fabrikanten garanderen doorgaans minimaal 80 procent van het oorspronkelijke vermogen na 25 jaar. Sommige premium fabrikanten bieden 84 of zelfs 87 procent na 30 jaar.

Rekenvoorbeeld: een paneel van 400 Wp met 0,5 procent degradatie per jaar levert na 25 jaar nog circa 353 Wp. Dat is een verlies van 47 Wp, ofwel 11,7 procent. Dat valt binnen de garantienorm en is volkomen normaal.

LID: degradatie in het eerste jaar

Direct na installatie treedt bij kristallijne panelen een versnelde degradatie op, de zogenaamde Light Induced Degradation (LID). In de eerste 1.000 zonuren verliest een paneel doorgaans 1 tot 3 procent van het vermogen. Dit is een eenmalig effect dat daarna stopt.

Bij sommige goedkopere panelen is het LID-effect sterker (tot 5 procent). Goede fabrikanten compenseren LID door panelen iets boven het nominale vermogen te produceren. Dat verklaart waarom een paneel van 400 Wp in de flashtest soms 405 of 410 Wp haalt.

Schrik dus niet als uw installatie in het eerste jaar iets minder opbrengt dan de prognose. Een daling van 2 tot 3 procent ten opzichte van het eerste half jaar is in de regel LID en geen defect.

PID: een serieuzer probleem

Potential Induced Degradation (PID) is een ander verhaal. Dit verschijnsel treedt op wanneer een spanningsverschil tussen de cellen en het frame van het paneel lekstromen veroorzaakt. PID kan tot 30 procent of meer vermogensverlies veroorzaken en is niet altijd zichtbaar aan de buitenkant van het paneel.

PID komt vaker voor bij:

  • Installaties met hoge systeemspanningen (1000V DC-strings)
  • Vochtige omstandigheden en gebrekkige ventilatie onder de panelen
  • Panelen zonder PID-bestendige celbehandeling

Het goede nieuws: PID is in veel gevallen reversibel. Met speciale PID-recovery apparatuur kan het effect gedeeltelijk of volledig worden teruggedraaid.

Hoe detecteert u versnelde degradatie?

Zonder monitoring merkt u versnelde degradatie pas als het te laat is. Een verlies van 2 procent per jaar in plaats van 0,5 procent klinkt klein, maar over vijf jaar is dat het verschil tussen 2,5 en 10 procent vermogensverlies.

Met structurele monitoring vergelijkt u de werkelijke opbrengst continu met de verwachte opbrengst, gecorrigeerd voor instraling en temperatuur. SunMonitor berekent de performance ratio per string en signaleert wanneer deze sneller daalt dan het normale degradatiepatroon. Zo kunt u tijdig actie ondernemen, of het nu gaat om een garantieclaim bij de fabrikant of om gerichte inspectie van verdachte strings.