Isolatieweerstand (Riso) - wat zegt die waarde?

De isolatieweerstand, afgekort als Riso, geeft aan hoe goed de elektrische isolatie van uw zonnepanelen en bekabeling is. Het is een veiligheidsmeting. Een goede isolatie voorkomt dat er stroom weglekt naar de aarde, de constructie of het dak. Wanneer de isolatie verslechtert, kan dat leiden tot brandgevaar of elektrische schokken.

Hoe wordt Riso gemeten?

De meeste moderne omvormers meten de isolatieweerstand automatisch, elke ochtend voordat de omvormer opstart. De omvormer legt een kleine testspanning aan tussen de DC-zijde en aarde en meet hoeveel stroom er weglekt. Hoe minder lekstroom, hoe hoger de isolatieweerstand, en hoe beter.

Bij een handmatige meting gebruikt een monteur een isolatieweerstandsmeter (megger). Deze legt een hogere testspanning aan (typisch 500 V of 1000 V DC) en meet de weerstand. Dit geeft een nauwkeuriger beeld dan de omvormermeting.

Wat zijn normale waarden?

De norm stelt dat de isolatieweerstand minimaal 1 megaohm (1 MΩ) moet zijn. In de praktijk meten nieuwe installaties vaak waarden van 20 MΩ of hoger. Bij grotere installaties met veel bekabeling kan de waarde wat lager liggen door de grotere totale kabellengte, maar ook dan hoort het ruim boven de 1 MΩ te zitten.

Omvormers hebben een drempelwaarde ingesteld. Bij Huawei-omvormers is die standaard ingesteld op 100 kΩ, bij SMA vaak op 500 kΩ. Zakt de gemeten waarde onder de drempel, dan start de omvormer niet op en krijgt u een isolatiefout.

Oorzaken van lage isolatieweerstand

Vocht en water. Dit is veruit de meeste voorkomende oorzaak. Water geleid stroom en verlaagt de isolatieweerstand direct. Condensvocht in aansluitdozen, een lekkende dakdoorvoer die een kabelgoot nat maakt, of vocht dat via een beschadigde kabelmantel binnendringt. Op regenachtige ochtenden ziet u soms dat de Riso-waarde net onder de drempel zit. De omvormer start dan pas later op wanneer het vocht verdampt is.

Beschadigde kabelisolatie. Kabels die schuren tegen scherpe randen van montageprofielen, kabels die door marters of andere dieren zijn aangevreten, of UV-degradatie van kabels die niet geschikt zijn voor buitengebruik. Dit soort schade verergert in de loop van de tijd.

Verouderde connectoren. MC4-connectoren van slechte kwaliteit of connectoren die niet goed zijn aangeklikt kunnen na jaren vocht doorlaten. Het mengsel van vocht en spanning leidt tot corrosie en verder isolatieverlies.

Defecte aansluitdoos. De aansluitdoos op de achterkant van het paneel bevat de bypass-diodes en de aansluiting van de celstrings. Als hier vocht binnendringt, daalt de isolatieweerstand van dat specifieke paneel.

Riso en veiligheid

De isolatieweerstand is geen abstract technisch getal. Het gaat direct over veiligheid. Bij een te lage Riso kan er een aardlekstroom lopen via de metalen constructie of het dak. Dit is een risico voor iedereen die het dak betreedt of aan de installatie werkt.

Moderne omvormers hebben daarom een ingebouwde beveiliging: ze starten simpelweg niet als de Riso te laag is. Dat is soms frustrerend omdat de installatie dan geen stroom produceert, maar het is een bewuste veiligheidskeuze. Negeer een isolatiefout nooit door de drempelwaarde te verlagen zonder de oorzaak te vinden.

Krijgt u regelmatig Riso-meldingen, vooral op vochtige ochtenden? Lees dan het artikel over isolatiefouten en hun diagnose voor stapsgewijze instructies om de oorzaak te achterhalen.