Verschil tussen verwacht en werkelijk vermogen
Elke installatie wordt opgeleverd met een opbrengstverwachting: zoveel kWh per jaar. In de praktijk wijkt de werkelijke opbrengst daar altijd van af. Soms positief, vaker licht negatief. De kunst is om te onderscheiden of dat verschil normaal is of een probleem verbergt.
Hoe wordt de verwachte opbrengst berekend?
De basis is eenvoudig:
Verwachte opbrengst = geinstalleerd vermogen (kWp) x instraling (kWh/m2) x systeemfactor
De systeemfactor is de optelsom van alle verliezen: omvormerrendement, kabelverliezen, temperatuureffect, reflectie, mismatch en beschikbaarheid. In simulatiesoftware zoals PVsyst worden deze verliezen afzonderlijk gemodelleerd. In de praktijk komt de totale systeemfactor voor een typische Nederlandse installatie uit op 0,78 tot 0,85. Dat getal is de verwachte Performance Ratio.
Een installatie van 100 kWp op een zuiddak met 1.050 kWh/m2 instraling per jaar en een systeemfactor van 0,82 zou dus 86.100 kWh per jaar moeten opleveren.
Waarom is de werkelijke opbrengst altijd anders?
De verwachting is gebaseerd op aannames. De werkelijkheid wijkt daar op meerdere punten van af:
Weervariatie. De instraling verschilt per jaar. In Nederland varieerde de jaarlijkse horizontale instraling de afgelopen 10 jaar tussen 1.000 en 1.200 kWh/m2. Dat is een bandbreedte van 20%. Een "slecht" zonnejaar levert dus aanzienlijk minder op, zonder dat er iets mis is met uw installatie.
Modelonnauwkeurigheid. Simulaties gebruiken typische meteorologische jaren (TMY-data). Die representeren een gemiddelde, geen specifiek jaar. Bovendien zijn verliesfactoren zoals reflectie en vervuiling schattingen, geen metingen.
Installatieverschillen. Kabellengtes, klemverbindingen en de exacte orientatie kunnen afwijken van het ontwerp. Een verschil van 5 graden in azimut kan 1-2% opbrengstverschil opleveren.
Netbeperkingen. Bij teruglevering aan het net kan de netbeheerder het vermogen begrenzen. Dit gebeurt steeds vaker bij grootschalige installaties. De panelen produceren wel, maar de stroom wordt niet geleverd.
Wat is een gezond verschil?
Als vuistregel: een afwijking van 5% ten opzichte van de weergecorrigeerde verwachting is acceptabel. Binnen die marge spelen modelonnauwkeurigheid en kleine installatieverschillen de hoofdrol.
Een afwijking van 5-10% verdient aandacht. Controleer of er sprake is van nieuwe schaduw, vervuiling of een omvormer die niet optimaal werkt.
Een afwijking boven 10% is vrijwel altijd een technisch probleem. Denk aan een defecte string, een vastgelopen tracker of een communicatiestoring waardoor de omvormer periodiek uitvalt.
Weergecorrigeerde vergelijking
Een eerlijke vergelijking tussen verwacht en werkelijk kan alleen als u corrigeert voor het weer. Vergelijk niet met de oorspronkelijke prognose (die gebaseerd is op een gemiddeld jaar), maar met wat u had moeten opleveren gegeven de daadwerkelijke instraling en temperatuur van die periode.
Dit heet een weergecorrigeerde verwachting. U neemt de gemeten instraling in het paneelvlak, vermenigvuldigt die met het geinstalleerde vermogen en de verwachte systeemfactor, en vergelijkt dat met de meterstand.
SunMonitor voert deze berekening automatisch uit op basis van lokale weerdata en uw systeemspecificaties. Daardoor ziet u niet alleen of uw installatie afwijkt, maar ook of die afwijking toe- of afneemt over tijd.
Lees ook: Wat is Specific Yield?